Nieuw in ARIE
Het jaar 2023 begint voor wat betreft de Arbowetgeving met een wijziging met impact. Vanaf dit jaar is de gewijzigde ARIE-regeling van kracht. Wat betekent dat voor bedrijven en voor de veiligheidskundige? En hoe kun je je daar goed op voorbereiden? Want ARIE-plichtige bedrijven krijgen één jaar de tijd om te voldoen aan de nieuwe verplichtingen.
Met ingang van 1 januari 2023 is de gewijzigde Aanvullende Risico-Inventarisatie & – Evaluatie-regeling (hierna ARIE-regeling) in werking getreden. Een wijziging die moet leiden tot een betere waarborg van de veiligheid en gezondheid van werknemers bij bedrijven met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen. Met name de bedrijven die nog niet onder deze regeling vielen, kan deze wijziging in korte tijd veel inspanning vragen. De Nederlandse Arbeidsinspectie verwacht dat circa 800 bedrijven, waarvan 200 ‘nieuwe’ bedrijven onder de gewijzigde ARIE-regeling komen te vallen.
De geschiedenis van de ontwikkeling van de ARIE-regeling in vogelvlucht
1981: Verplichting tot het opstellen van een arbeidsveiligheidsrapportage (AVR).
1999: Seveso II-richtlijn wordt geimplementeerd in het Brzo 1999.
2004: Om het Brzo 1999 en de AVR op elkaar te laten aansluiten is de ARIE-regeling ingevoerd.
2008: Vanaf 2008 ontstaat discussie over de afschaffing van de ARIE-regeling omdat deze verder zou gaan dan Europese regelgeving.
2010: De Sociaal-Economische Raad adviseert om de ARIE-regeling te behouden maar wel te herzien én te vereenvoudigen omdat deze moeilijk toepasbaar (en handhaafbaar) bleek.
2012: Het kabinet besluit om de ARIE-regeling te behouden maar wel te gaan vereenvoudigen.
2020: Door andere prioriteiten is het herzieningstraject vertraagd en pas in 2020 van start gegaan.
2023: Inwerkingtreding van de herziene ARIE-regeling.
Verdiepende RIE
Werkgevers hebben vanuit de Arbeidsomstandighedenwet de verplichting om de gezondheid en veiligheid van werknemers te waarborgen. Aan bedrijven die bepaalde hoeveelheden gevaarlijke stoffen gebruiken en/of opslaan stelt de ARIE-regeling sinds 2004 nadere voorschriften. De ARIE is een van de verdiepende RI&E’s op de ‘algemene’ RI&E. De ARIE-regeling heeft als doel om de risico’s op zware ongevallen te reduceren tot een acceptabel niveau. Hiermee wil de wetgever de veiligheid en gezondheid van de werknemers waarborgen en verbeteren. Om dit doel te bereiken verplicht de ARIE-regeling om:
- Je als ARIE-plichtig bedrijf te melden bij de Nederlandse Arbeidsinspectie.
- Risico’s van zware ongevallen op systematische wijze te identificeren en evalueren.
- Scenario’s voor mogelijke zware ongevallen op te stellen.
- Een preventiebeleid te voeren gericht op het voorkomen van zware ongevallen.
- Een veiligheidsbeheerssysteem in werking te hebben waarmee uitvoering wordt gegeven aan het beleid.
- Een intern (beoefend) noodplan te hebben.
- Naburige bedrijven op eigen beweging te informeren over gevolgen van een mogelijk zwaar ongeval.
- Als ARIE-plichtig bedrijf samen te werken met andere ARIE-plichtige bedrijven op eenzelfde industrieterrein.
De ARIE-regeling stelt al sinds 2004 aanvullende eisen aan bedrijven met (grote hoeveelheden) gevaarlijke stoffen. Nieuw is de regeling dus allerminst. Er bestaat al wel lange tijd discussie over nut, noodzaak en invulling van de ARIE-regeling.
Je moet zelf toetsen en vaststellen of en melden dat je onder de ARIE-regeling valt.
Belangrijkste wijzigingen
Van rekenmethodes naar drempelwaardetoetsing
De aanwijssystematiek voor de ARIE-regeling is drastisch op de schop gegaan. Deze werkwijze is vervangen door een drempelwaardentoetsing, vergelijkbaar met de werkwijze zoals we die kennen voor het Brzo 2015. Een van de doelen is trouwens ook om de ARIE-regeling beter te laten aansluiten op het Brzo 2015.
Om te bepalen of je bedrijf onder de ARIE-regeling valt, volg je de volgende twee stappen:
- Toets of met de hoeveelheid gevaarlijke stoffen binnen je bedrijf de drempelwaarden voor de relevante stofcategorieën en met naam genoemde stoffen (bijlage 1 bij de Arboregeling) worden overschreden.
- Pas de sommatieregel toe op basis van Deel 3 van bijlage 1, Arboregeling.
Als een of meer drempelwaarden worden overschreden en/of de uitkomst van de sommatieregel grote is dan of gelijk is aan 1, dan ben je als bedrijf ARIE-plichtig.
Harmonisering met de Europese CLP-richtlijn
In de oude ARIE-regeling werden stoffen ingedeeld in vier categorieën stoffen: ontplofbaar, brandbaar, toxisch en extreem toxisch. In de herziene ARIE-regeling wordt aangesloten bij de CLP-verordening en de hierin gebruikte categorisering van gevaarlijke stoffen.
Uitbreiding van handhavingsmogelijkheden
Als onderdeel van de vernieuwing én met het doel om de ARIE-regeling zo veel als mogelijk gelijk te trekken met het Brzo 2015 heeft de Nederlandse Arbeidsinspectie nu ook de mogelijkheid om bestuursrechtelijk te handhaven. Het doel hiervan is verbetering van de handhaving.
In de praktijk
De verwachting is dat veel bedrijven voor het eerst ARIE-plichtig worden. Daar vallen immers alle bedrijven onder die huidcorrosieve stoffen (stoffen die bijten op de huid) gebruiken en waar meer dan 15 ton (drempelwaarde) van deze stof aanwezig is.
Met name in de food-, feed- en farmabranche wordt een toename verwacht omdat dergelijke stoffen daar veelvuldig worden opgeslagen en gebruikt voor bijvoorbeeld reinigingsdoeleinden (‘cleaning in place’). Zo zal opslag en gebruik van samen 15 ton natronloog (>2 massa %), salpeterzuur (>5 massa %) en/of zoutzuur (>25 massa %) al leiden tot ARIE-plicht.
Impact herziening op ARIE-plicht
De herziening van de ARIE-regeling heeft het nodige stof doen opwaaien bij bedrijven en brancheverenigingen, zo blijkt uit de reacties en vragen tijdens de internetconsultatiefase. Met name hebben zij zorgen geuit en kritische vragen gesteld over de aanwijssystematiek, de ‘nieuwe’ stofcategorieën en de gehanteerde drempelwaarden.
Categorie corrosieve stoffen
Een belangrijk verschil met de Brzo 2015-stoffenlijst is dat in de stoffenlijst van de ARIE-regeling de categorie corrosieve stoffen (huidcorrosie categorie 1, subcategorieën 1A, 1B, 1C) is toegevoegd. De relevante corrosieve stoffen zijn te herkennen aan de H-zin 314. Voorbeelden van stoffen die in deze categorie kunnen vallen zijn salpeterzuur, zoutzuur en natronloog. Corrosieve stoffen worden in verschillende bedrijfstakken veelvuldig gebruikt. Met name in deze bedrijfstakken wordt verwacht dat veel nieuwe ARIE-plichtige bedrijven ontstaan als gevolg van de toevoeging van deze stofcategorie aan de stoffenlijst.
Gehanteerde drempelwaarden
De drempelwaarden voor de ARIE-regeling betreffen in veel gevallen 30 procent van de Brzo 2015-‘lage drempel’-waarden. De Nederlandse Arbeidsinspectie geeft aan dat met 30 procent een goede gemiddelde inschatting is gemaakt ten opzichte van de oude ARIE-regeling. Een belangrijk argument van de wetgever voor deze, ogenschijnlijk lage, drempelwaarden is dat het risico op een zwaar ongeval niet per definitie is verbonden aan de hoeveelheid van de betreffende stof. Wel wordt onderkend dat het uitmaakt of je te maken hebt met 1,5 liter of 1500 kilo van een gevaarlijke stof, maar de intrinsieke gevaarseigenschappen van de stoffen veranderen niet. Stoffen kunnen, soms al in kleine hoeveelheden, bijdragen aan het ontstaan van een zwaar ongeval.
Wat betekent de ARIE-plicht?
ARIE-plichtige bedrijven hebben vanaf 1 januari 2023 een jaar de tijd om te voldoen aan de verplichtingen (overgangstermijn). Bedrijven hebben zelf de verantwoordelijkheid om te bepalen of zij ARIE-plichtig zijn of niet. Wat betekent de ARIE-plicht voor (bestaande) ARIE-plichtige bedrijven en Brzo-bedrijven? In navolgend overzicht wordt dit kort uiteengezet.
Deze bedrijven moeten in 2023 invulling geven aan de ARIE-verplichtingen en zich melden bij de Nederlandse Arbeidsinspectie. Met name het opzetten van een preventiebeleid en een veiligheidsbeheerssysteem, (gebaseerd op de geïnventariseerde risico’s en de scenario’s) wordt als uitdaging gezien, mede door de relatief korte overgangstermijn.
Impact door de herziening is beperkt aangezien wordt aangenomen dat deze bedrijven al voldoen aan de (meeste) verplichtingen. Bestaande ARIE-bedrijven moeten zich op basis van de herziene ARIE-regeling wél opnieuw melden bij de Nederlandse Arbeidsinspectie.
Brzo ‘lage drempel’
De meeste lagedrempel-Brzo-bedrijven (met uitzondering van bedrijven die alleen zijn aangewezen op basis van gevaren voor het aquatisch milieu) zijn ARIE-plichtig. Voor deze bedrijven geldt dat bij een ARIE-aanwijzing de ‘aanvullende’ verplichting ontstaat tot het opstellen van scenario’s en het noodplan.
Brzo ‘hoge drempel’
Impact is naar verwachting beperkt omdat de verplichtingen uit het Brzo 2015 vergelijkbaar zijn met die van de ARIE-regeling (zo moeten deze bedrijven al scenario’s en een noodplan hebben). De verplichting tot het betrekken van een kerndeskundige is uitgesloten, tenzij de ARIE-aanwijzing ontstaat op basis van (categorieën) stoffen die wél voorkomen op de ARIE-stoffenlijst, maar niét voorkomen op de Brzo 2015 stoffenlijst.
ARIE-plichtige Brzo-bedrijven moeten zich (opnieuw) melden bij de Nederlandse Arbeidsinspectie.
Maak een krachtige start
Om in dit overgangsjaar voortvarend aan de slag te gaan, zetten we de belangrijkste tips op een rijtje:
- Breng de gevaarlijke stoffen in kaart die binnen je bedrijf aanwezig zijn of kunnen zijn en voer de ARIE-toetsing uit. Let hierbij op dat hoeveelheden in de ARIE-stoffenlijst worden uitgedrukt in tonnen. Een omrekenslag van volume naar (m3) naar massa (ton) kan dus nodig zijn.
- ARIE-plichtig? Meld je aan bij de Nederlandse Arbeidsinspectie via de website.
- Betrek tijdig een bekwame gecertificeerde kerndeskundige, vanaf het opzetten van het PBZO (Preventiebeleid zware ongevallen) tot en met het melden aan de Nederlandse Arbeidsinspectie.
- Zorg tijdig voor commitment en betrokkenheid binnen de organisatie. Het implementeren en uitvoeren van een preventiebeleid en het veiligheidsbeheerssysteem raakt alle lagen en afdelingen binnen een bedrijf.
- Start met het uitvoeren van de Aanvullende RI&E. Leg vast welke methode je gaat toepassen en de keuzes die je hierin maakt. De Aanvullende RI&E en de scenario’s die hieruit volgen, staan centraal in het op te zetten preventiebeleid, veiligheidsbeheerssysteem en het noodplan.
- Sluit als dat kan aan op al verkregen certificeringen zoals ISO 45001. Voor veiligheidsbeheerssystemen bestaat de NTA 8620 die dezelfde structuur (HLS) volgt als andere ISO-normen en al veel wordt gebruikt bij Brzo-bedrijven.